Geschiedenis van de club

Geschiedenis van de club

Over de juiste stichting en (of) de aansluiting bij de nationale federatie, hebben we geen bronnen of gegevens. Vast staat dat reeds voor de oorlog geschaakt werd in een nu verdwenen café op de grote markt, waarschijnlijk koffiehuisschaak onder vrienden zondermeer.

Hoe dan ook, vlak na wereldoorlog II staken enkele prominente figuren de koppen bij elkaar. Onder hen ondermeer de onvergetelijke dokter Herman Depla, Arie van As (de vader van Lambert), Jos Walleyn (jaren secretaris van de club en schatbewaarder van de liga), Jean Vrancken, apotheker Vierstraete en anderen.

In het Nederlands tijdschrift "Schaakmat", 2° jaargang, nr. 11/12 van juni 1948 wordt melding gemaakt van de landenkamp Frankrijk - België (12,5 - 7,5), op 10 borden, dubbele ronde. Het negende bord werd bezet door een zekere heer Gerits, die in de vijftiger jaren ook lid was van onze club.

In het tijdschrift "Caissa" van de K.B.S.B., dat toen in twee talen driemaandelijks verscheen, vind ik in het nummer van 11 januari 1950 heel wat nieuws over de Westvlaamse kringen. Het schaakleven in onze provincie (= liga) draaide dus reeds op volle toeren.

Er wordt melding gemaakt van de Brugse Schaakkring die voor de vierde keer een ontmoeting had met Walcheren (in Middelburg), met ondermeer Himpens, Pieters, Cardinael en Jef Claeys (beide laatsten nog altijd actief!).

In hetzelfde nummer de namen van de hoofdklassers in Kortrijk: Dokter Depla, J. Gobert, Vrancken, Maurice Depraetere, Aart van As en Roger Missiaen. De ploeg van interclubs: Gobert, Missiaen, Dr. Depla, Van As Lambert, Vrancken en Arie Van As.

In hetzelfde nummer worden andere clubs vermeld: Ieper (citaat: " ... in de hoofdklas is het spelrooster onafgewerkt door de militaire dienstplicht van Wielfried Laconte, die 5 op 6 behaalde ..."). Wielfried werd later lid van Groeninge maar kon, mede door beroepsomstandigheden niet regelmatig de clubavonden bijwonen, zoals vele anderen met en na hem.

Er werd ook gespeeld in Pittem (!), Gistel en uiteraard ook in Oostende dat in 1950 25 jaar bestond. Afvaardigingen van vele clubs, onder meer uit Blankenberge en Izegem speelden in het Casino van de badstad een massakamp West-Vlaanderen tegen Zeeuws- Vlaanderen op 100 borden. Vertegenwoordigers van Kortrijk: Vrancken (0,5), Missiaen (1, jaja), Depraetere (1), Walleyn (0,5), Vierstraete (1), Frenay (0) en -ben ik juist Maurice ? - Vansteenkiste (0), Bossuyt (0,5). Indrukwekkend. De Vlamingen wonnen met 57,5 - 42,5.

In hetzelfde nummer lees ik dat (weeral) Roger Missiaen in de 2° categorie tweede is in het kampioenschap van België correspondentieschaak. Hij won als enige een partij tegen de winnaar Goyvaerts. Toendertijd was dhr. Gobert onbetwistbaar de sterkste speler die Kortrijk (ooit) had, tornooileider van het "Belgisch Schaakbord".

Robert Lemaire won dat jar de nationale titel met 5,5 op 7 voor Vanhoorde, Dewolf, enz. Jos Gobert was vijfde in de kandidatengroep, maar schoot enkele jaren later als een komeet naar boven en behaalde in 1953 en 1954 tot tweemaal toe de nationale titel. Later hierover wellicht meer.

De Belgische ploeg eindigde zesde op de olympiade in Dubrovnik (16 deelnemende landen) onder leiding van grootmeester O'Kelly en internationaal meester Dunkelblum.

In "Caissa" van 1 april 1951 wordt vermeld dat de volgende kringen vertegenwoordigd waren op de jaarlijkse algemene vergadering in Brussel: Brugge, Asselbroek, Woesten (!), Zwevezele (!), Herseaux (!), Knokke, Pittem, Blankenberge, Ieper, Kortrijk, den Haan, Brugse Torens, St. Kruis, Bredene, Heist, Gistel, Oostende, ... (p.s. 22 Westvlaamse clubs waren aangesloten bij de K.B.S.B.). Het grootste gedeelte van de aanwezige clubs kwam uit onze liga.

In 1950 werden ook de eerste nationale interclubwedstrijden gehouden. Zes deelnemende ploegen in ereklasse. K.A.S.K. won voor Brugge, J. Jaures, R.L. Gent en Oostende. In promotie (2°): 1. Merksem 2. Vorst 3. Groeninge 4. St. Niklaas 5. Charleroi 6. Halle.

Reeds snel na de 2° wereldoorlog ging de schaakmolen in ons land en onze regio weer op volle toeren draaien.

Wereldwijd werden grote toernooien ingericht en vanaf 1948 werd via de zonale en interzonale wedstrijden een uitdager aangeduid om tegen wereldkampioen Botwinnik te spelen voor de hoogste titel.

Het aantal spelers in de Groeninge varieerde in de 50-er jaren rond de twintig. Eigenlijk was de kwaliteit groter dan de kwantiteit. het dient gezegd dat het schaken toen nog als een elitaire ontspanning werd aanzien en dat zoals bij vele andere kringen ook in Kortrijk een zekere dempelvrees bestond. Hoe dan ook, - en die traditie handhaaft zich nog steeds-, er kwamen ook van buiten Kortrijk heel wat geïnteresseerden naar het toenmalige lokaal "St. George" af. Gobert, Missiaen, Opsommer en anderen vervoegden de Kortrijknaren: Vrancken (destijds voorzitter, een gewichtig man met onafscheidelijke dikke sigaar), Depla, Walleyn, vader en zoon Van As en vele anderen.

De Colle-kring had toen als topspelers ondermeer O'Kelly, Lemaire, Limmbos e.a. die allen kampioen van België waren of geworden zijn. O'Kelly, de enige echte grootmeester die België ooit had, bracht het later zelfs tot wereldkampioen correspondentieschaken. Ondanks zijn naam (die een Ierse afkomst aanduidt) was hij een rasechte Belg (!) en Brusselaar, sprak vloeiend een zevental talen en was auteur van meerdere schaakboeken (o.a. een biografie over Tigran Petrosian.

De jaren 50 en 60 werden ook gekenmerkt door het inrichten van vele massa-kampen. Vooral deze tussen Noord-Frankrijk en West en Oost-Vlaanderen, jaarlijks betwist alhier of in Frankrijk, kende een weergaloos succes. Veelal werd die ontmoeting (op 100 borden of meer) omlijst door een officiële landenwedstrijd met 10 der sterkste Belgen en Fransen. Gans de état-major van de Belgische en Franse schaakwereld was dan aanwezig, er werd verbroederd en al eens flink geaperitiefd, in zoverre dat sommige partijen niet meer in aanmerking kwamen voor de schoonheidsprijs ... (in 1964 had de Groeninge de eer en het genoegen die manifestatie over te doen, en dit op 120 borden).

Teru naar de jaren 50. Spijtig genoeg hebben we, op enkele uitzonderingen na, geen bronnen gevonden en weet ik bijvoorbeeld niet wie en in welke jaren clubkampioen is geweest. Vanaf 1962 kan dat wel!

Enkele berichten van toendertijd (uit "Schaakmat" van maart 1952):

Reshevsky en Najdorf zullen een match spelen van 18 partijen. inzet: 6000 dollar.
Voor die tijd toch een reuzesom.

En wat denk u van deze partij (Amateur - Brüning): 1. d4 d5 2. c4 e6 3. Pc3 c5 4. Lf4 cxd4 5. Lxb8 dxc3 6. Le5 cxb2 en wit geeft op na zes pionzetten van zwart!!

Door allerlei tribulaties van interne aard verlieten in de periode 56-58 enkele van onze topspelers de Groeninge club. Toen bovendien voorzitter Vrancken naar Oostende verhuisde, geraakte de club helemaal op drift. De malaise duurde nog enkele jaren, maar door de komst en de aanstekelijke geestdrift van de onvolprezen Dr. Carl Scheirlynck, die de nieuwe voorzitter werd, kwam de club langzaam maar zeker tot nieuwe bloei.

Ondertussen waren enkele jongeren de rangen komen aanvullen. Paul Declerck was toen ook al een gevestigde waarde en speelde na het tijdperk Gobert-Missiaen-Opsommer-Van As verschillende keren kampioen. Zoals gemed ontbreken hier spijt genoeg alle bronnen. In 1963 gaf dhr. Walleyn de fakkel als secretaris over aan de huidige voorzitter. Met de generatie Scheirlynck, L. en A. Van As (terug), Declerck, Opsommer, P. Callens en vele anderen, werd een nieuwe periode ingeleid.

Van dan af werden vele bronnen wèl bewaard en ging de club een nieuwe bloei tegemoet.

 

Clubkampioenschap

2015-2016

2014-2015

2013-2014

2012-2013

2011-2012

2010-2011

2009-2010

1977-2010

 

West Vlaamse Interclub

2012-2013

 

Opgelet ! tijdens de schoolvakanties is er GEEN jeugdles